1ste burgerinitiatief

begeleidende tekst


Parkveld is een 15 ha groot stuk landbouwgebied gelegen langs de Geldenaaksebaan, tegenover het Sint-Albertuscollege, achter de schaatsbaan. Er is ook een deel bebost en braakliggend. Momenteel is Parkveld eigendom van het OCMW en Interleuven (het landbouwgedeelte) en vastgoedontwikkelaar Extensa (bos en braakliggend). 
Het gemeentebestuur van Leuven heeft al jaren plannen om Parkveld vol te bouwen met bedrijven, huizen en appartementen, maar moet hiervoor wachten op een beslissing van Vlaanderen, namelijk op het Gewestelijk RUP Afbakening regionaalstedelijk gebied Leuven dat een lijn trekt rond de stad waarbinnen bepaalde doelstellingen gehaald moeten worden zoals extra bedrijventerreinen. Dit GRUP komt er weldra. Bijgevolg moet de gemeenteraad binnenkort een advies geven over dit GRUP, dat onder andere de nieuwe bestemming van Parkveld regelt. Wij vragen een negatief advies over dit GRUP met betrekking tot Parkveld, zodat Parkveld landbouwgebied, open ruimte en groene corridor blijft. Hiervoor willen wij gebruik maken van de procedure “voorstellen van burgers”. Hiermee kunnen we een agendapunt laten toevoegen aan de gemeenteraad indien dit verzoek ondersteund worden door 1% van de inwoners ouder dan 16 jaar. Hiervoor willen we heel graag jouw handtekening, tenminste als je in Groot-Leuven woont (Leuven, Wilsele, Wijgmaal, Kessel-Lo, Heverlee). Gelieve niet uit sympathie te tekenen als je elders woont.

Enkele van onze argumenten:
• Parkveld is een onmisbare schakel die verschillende groene zones rondom Leuven verbindt (zie Google Earth)
• Parkveld is vruchtbare landbouwgrond, zonde om die verloren te laten gaan. En we kunnen het weten: wij hebben bij wijze van actie zelf groenten gekweekt op een stukje braakliggend terrein.
• Boeren die de grond nu bewerken moeten hun bedrijf sluiten als het OCMW de grond verkoopt om vol te bouwen. Er is gewoon geen andere landbouwgrond beschikbaar in de omgeving.
• De plannen zijn in strijd met Leuven klimaatneutraal 2030, waarin geijverd wordt voor regionale voedselproductie zoals op Parkveld.
• Er is geen nood aan een nieuw bedrijventerrein gezien de leegstand in het naburige bedrijventerrein. Wij pleiten voor verdichting van reeds bestaande terreinen.
• Parkveld ligt in waterwinningsgebied, maar er mogen zich in de toekomst Seveso bedrijven vestigen (= gevaarlijke stoffen aanwezig op het terrein).
• De Geldenaaksebaan kan geen extra verkeersdrukte aan.
De plannen van stad Leuven om Parkveld vol te bouwen bestaan al lang, maar werden steeds tegengehouden door procedurefouten. Maar de plannen zijn niet meer van deze tijd. Ondertussen beseft men dat men niet de laatste stukjes groen aan de rand van de stad moet volbouwen. Er is nu een voorlopig moratorium op de verkoop van landbouwgronden in Leuven in eigendom van het OCMW gekomen, maar… te laat voor Parkveld. Delen zijn al onderhands verkocht tegen een verbazend lage prijs aan vastgoedontwikkelaar Extensa, voor de rest is al besloten dat het OCMW zal verkopen, tenzij….

toespraak gemeenteraad 24 maart 2014

Toespraak tot de gemeenteraad naar aanleiding van ons burgerinitiatief

Burgervoorstel Parkveld: toelichting op de gemeenteraad van Leuven op 24/03/2014

Gesteund door 1418 geldige handtekeningen van Leuvenaars ouder dan 16 jaar, tekst uitgesproken door eerste verzoeker Wim Merckx.

Vooraf

Ik sta hier als woordvoerder van al degenen die zich verenigden in een actiegroep met afgevaardigden van bewonersgroepen, verschillende middenveldorganisaties en sociaal-culturele groeperingen en een groot aantal niet-georganiseerde burgers waaronder de 1418 ondertekenaars van ons burgerinitiatief.

Wij hebben twee voorstellen ingediend met ons initiatief maar wij gaan niet verder met het tweede voorstel: dat laten we vallen.

Ik ga in mijn uiteenzetting argumenten aandragen voor ons eerste voorstel, daarover vragen wij een stemming, het voorstel gaat als volgt: “de gemeenteraad van Leuven formuleert een negatief advies rond het GRUP Afbakening Regionaalstedelijk Gebied Leuven, indien Parkveld daarin bestemd wordt voor bebouwing en industrie”.

Wij vragen een stemming rond dit voorstel en wij wensen het resultaat daarvan zo snel mogelijk ter kennis te geven aan de Vlaamse minister van ruimtelijke ordening, samen met een verslag van onze bevindingen na maanden studiewerk.

Ik geef eerst graag een woord uitleg over de timing van ons initiatief omdat die niet door iedereen begrepen wordt. Het plan voor de stedelijke afbakening van Leuven is momenteel nog in een ontwerpfase. We moeten hier even stilstaan bij het woord ontwerp, we spreken nog altijd over een voorlopige versie die sinds een klein jaar kampeert op het bureau van minister van ruimtelijk ordening Muyters. Dat afwachten heeft veel te maken met het probleem van het zogenaamde integratiespoor. Maar het is niet dat er in deze periode geen gesprek en lobbywerk meer gebeurt om delen van het plan aan te passen. Ook Parkveld blijft een veelbesproken onderwerp achter de schermen, dat is de gang van zaken en wij zijn van mening dat ook wij – als Leuvenaars en als direct betrokkenen bij Parkveld - van de ontwerpfase gebruik moeten maken om de minister op de hoogte te stellen van nieuwe inzichten omtrent Parkveld en om onze invloed te laten gelden. Eén van de elementen die een heel grote relevantie hebben voor het Vlaamse beleidsniveau is natuurlijk de houding die het lokale bestuur aanneemt, indien vandaag blijkt dat de meningen in deze gemeenteraad verdeeld zijn, indien tijdens deze gemeenteraad vragen opduiken die enkele aannames in het ontwerp plan op wankele voet zetten, dan hoort de minister dat ook snel te weten.

Indien we zouden nalaten om in deze fase te reageren, dan zou dat betekenen dat we toestaan dat de minister het voorliggende ontwerp bekrachtigt met zijn handtekening en dat we nadien alleen nog een periode van openbaar onderzoek hebben om bezwaren te formuleren, we menen echter dat een openbaar onderzoek de plannen nooit fundamenteel omgooit en aangezien dat voor Parkveld echt wel het beste is, wachten we het openbaar onderzoek niet af met gekruiste armen.

Vorig jaar in februari 2013 heeft het stadscollege zijn adviezen te kennen gegeven aan de minister maar daarbij heeft het niet de moeite gedaan om de bevolking te raadplegen en zelfs niet de gemeenteraadsleden. De toelichting in de commissie ruimtelijk ordening over de afbakening was, zo begrijpen wij, een verplicht nummertje dat er haastig doorgesluisd werd zonder een degelijke gedachtenwissel op te zetten. Zoiets hoort niet te gebeuren, deze manier van handelen duidt ook niet op een vertrouwen in een duidelijk en stevig politiek draagvlak, integendeel, het wijst op angst voor tegenspraak en kritische vragen. En daarnaast weet de politieke meerderheid van Leuven maar al te goed dat ook de publieke opinie en een brede coalitie van middenveldorganisaties niets moet weten van de plannen voor Parkveld.

Kortom, het politieke en maatschappelijke draagvlak voor de plannen met Parkveld wordt steeds kleiner, het lijkt ons dat een minister die zijn handtekening zou zetten, zoiets moet weten.

Ongeveer 20 jaar al wordt er om de zoveel tijd een plan voor Parkveld los gelaten op de wereld, altijd varianten op hetzelfde thema. En al even lang bekampen het stadsbestuur en de buurtbewoners elkaar via een juridische weg met elk één of meerdere advocaten in steun. In die strijd trouwens is de stand intussen 3-0 in het voordeel van de buurtbewoners gezien de herhaaldelijke schorsingen en vernietigingen van het RUP Parkveld door de Raad van State.

Met onze actie willen we voor alles duidelijk maken dat de strijd op het juridische terrein eindeloos bezig is en nog eindeloos kan duren. We zijn van mening dat de enige manier om hier uit te raken weg is van de rechtbanken en de juridische actie en ons zal leiden naar processen van inspraak en participatie zoals dat in 2014 hoort voor publieke plannen met grote impact op mens en omgeving.

Onze actie die we voeren en die we zeer goed gekozen in deze periode voeren, is eigenlijk een uitgestoken hand aan het gemeentebestuur van Leuven: het is het aanbod om de Leuvenaars op een andere wijze er bij te betrekken. Het is uiteindelijk het gemeentedecreet en de bepalingen rond participatie die ons de wettelijk middelen geeft om hier in de gemeenteraad tenminste spreekrecht af te dwingen, wij groeten om die reden de parlementairen die dit decreet stemden.

Met ons voorstel waarover we jullie mening willen kennen – en nu wil ik heel goed te verstaan zijn - vragen wij aan het stadsbestuur van Leuven om zijn advies van februari 2013 omtrent het ontwerp van afbakening te herbekijken en het hele dossier van Parkveld te bekijken met wat we vandaag anno 2014 samen vinden over de noodzaak van een klimaatneutrale stad, over het belang van blijvende ruimte voor de landbouwers, over het belang van de biodiversiteit in de stad en de kans op groene recreatie, over het bewaren van de open ruimte en kansen voor de biologische waarde in de Leuvense rand. Met name worden de kwaliteiten van Parkveld voor deze waarden op een schandelijke manier ontkend en onderschat: vooral in verband met de landbouwgrond van Parkveld willen wij benadrukken dat het hier gaat om een uitzonderlijk leemgrond die heel geschikt is voor de landbouw en sinds vele generaties eigendom is van de gemeenschap Leuven en ook vandaag nog van het OCMW. Het gaat hier om grond die ook in de agrarische geschiedenis van Leuven een hoofdrol opeist en die een ongelooflijke troef is voor een stad die gelooft in het belang van lokale voedselproductie en landbouw, het is werkelijk hoog tijd om dat in te zien. Want wanneer we een dergelijke waardevolle grond zouden laten verharden en betonneren dan zou dat een onomkeerbare daad zijn waarmee we onze voorouders schofferen en tegelijk onze nakomelingen benadelen. Zoiets roept bij ons verzet op.

We voelen ons in dat verzet ook bijzonder gesterkt omdat er alternatieve oplossingen zijn voor de Parkveld plannen. Omdat die plannen uiteen vallen in drie aparte projecten wil ik nu argumentaties aandragen waaruit zal blijken dat deze projecten niet alleen schadelijk zijn maar vooral ook overbodig. De drie projecten zijn de uitbreiding van het ambachtenterrein enerzijds, de bouw van een rij appartementen langs de Geldenaaksebaan anderzijds, en de plannen voor een verkaveling met 68 woningen door de NV Extensa.

Ten eerste iets over de geplande uitbreiding van het ambachtenterrein van Haasrode. Men spreekt over de economische urgentie om deze uitbreiding te rechtvaardigen, maar wie daarover vragen stelt, krijgt te horen dat er voor deze bewering geen bewijs is: er is geen studie naar gevoerd, er is geen lijst van bedrijven die ruimte zoekt enzovoort. Er zijn alleen heel vage en 10 jaar oude berichten over een vraag uit het bedrijfsleven om te bouwen: en dat lijkt ons de normaalste zaak van de wereld, projectontwikkelaars willen altijd bouwen, dat is hetgeen ze doen, als die vraag er niet meer zou zijn dan zou er gewoon geen economie meer zijn.

De taakstelling aan Leuven inzake het voorzien van extra bedrijventerreinen is op dit vlak duidelijk: die zegt dat in de regio voor 47 HA extra bedrijventerreinen moeten voorzien worden. De stad doet daar enkele bulldozers beton bovenop en wil maar liefst 121 HA extra industrieterrein laten aanleggen volgens het voorliggende Ontwerp stedelijke afbakening. Waarom eigenlijk? Nergens is er een motivatie voor een dergelijke grote uitbreiding.

En bovendien: veel van de ruimte kan nog gevonden worden op de bestaande bedrijventerreinen waarvan de bezettingsgraad beter kan, waar er nog veel leegstand is en waar er moet begonnen worden met het verdichten van de ruimte. Waarop wacht Interleuven eigenlijk om daar werk van te maken? In de regio Gent en met name Zwijnaarde kan het wel, waarom zou het dan hier niet kunnen?

In plaats van zich bezig te houden met verstandig ruimtegebruik wil Interleuven het zich gemakkelijk maken door nabij gelegen landbouwgrond in te palmen, vier pachtende boeren van hun vruchtbare gronden te jagen en tegelijk twee gezinnen te onteigenen, zoiets is tegen elke logica en beschamend voor een partner van Leuven Klimaatneutraal 2030.

Ten tweede iets over het plan om acht appartementsblokken te zetten lang de Geldenaaksebaan. Er zijn veel bedenkingen te maken bij dit soort lintbebouwing langs een straat die nu al kreunt onder het verkeer: in het Park Heverlee zijn ze nu al kampioen van het fijn stof, vraag dat maar aan de buurt, het wordt haast een aanslag op de volksgezondheid als we nog meer auto’s de weg op jagen. Het is toch wel bijzonder dat er niet eens een volledige mobiliteitsstudie naar de mogelijke effecten van de bouwplannen is uitgevoerd.

De plaats waar deze appartementen zouden komen en de manier van inplanten kan bijna niet slechter gekozen: ze zouden een echte buffer gaan vormen waarmee de passage van de fauna en flora wordt verhinderd. Parkveld is nu eenmaal de enige verbinding tussen Heverleebos en Abdij van Park/Molenbeek, het belang hiervan voor de natuur heeft Leuven erkend in haar GNOP, haar Natuur OntwikkelingsPlan. Niet alleen wij, maar ook de milieuraad en alle andere observatoren, willen de corridorfunctie verdedigen en denken niet dat de zogenaamde groene stapstenen en park- of woonbos voldoende zijn.

Opnieuw iets over de taakstelling aan Leuven, ditmaal over de taakstelling wonen. De gemeenteraadsleden weten in principe dat er recent een studie gebeurde die op dit vlak enkele dingen verduidelijkte:

- voor haar taakstelling wonen moet Leuven gemiddeld een driehonderdtal extra woningen voorzien per jaar

- deze taakstelling kan gemakkelijk behaald worden door in te zetten op drie manieren: ° het bestrijden van de leegstand, ° het uitvoeren van voldoende renovaties, en ° het benutten van de bestaande woongebieden en woonuitbreidingsgebieden.

En ik citeer even de leidende ambtenaar van de stad Leuven hierover: “de taakstelling wonen is onvoldoende een argument om de bouw van appartementsblokken op deze landbouwgrond toe te laten.”

Ten derde over de plannen voor een verkaveling van de NV Extensa op Parkveld, op een stuk van het terrein dat op het gewestplan van 1977 als bouwzone is ingekleurd. De inkleuring van deze spie grond als bouwzone is welbeschouwd een historische vergissing op het gewestplan en vraagt eigenlijk om een rechtzetting.

In de feiten gebeurde iets helemaal anders; de firma Extensa NV zag een kans om er gedurende jaren stelselmatig percelen op te kopen van privé-bezitters én van het OCMW van Leuven. Ze deed dat soms aan prijzen in de buurt van prijzen voor landbouwgrond en probeert er nu 68 dure woningen neer te zetten. Wie dus graag wil weten hoe een grondspeculant te werk gaat moet niet naar Afrika trekken, op het veld in Heverlee valt dat allemaal te observeren. Dat sommige mensen en internationale bedrijven op deze manier stinkend rijk worden, we vinden dat verwerpelijk. Maar dat onze stadsbestuur daar ook nog vlotjes aan meewerkt door de overdracht van grond en door gunstige adviezen vinden we meerdere bruggen te ver.

Heeft de NV Extensa bouwrecht? Helemaal niet, de bevoegde overheden kunnen besluiten dat hun  bouwproject niet past in deze tijd en op deze plaats. Een belangrijk obstakel is de ontsluitingsweg die voor de 68 woningen moet aangelegd worden over landbouwgrond om zo opnieuw op de Geldenaaksebaan te geraken.  Daarnaast zijn de milieu effecten te mager in kaart gebracht, wij observeren zeldzame planten uit de rode lijst in dit gebied, die niet in het milieueffectenrapport staan vermeld, wij lezen ook dat percelen tot op twee meter van de holle weg mogen komen en zien kans op grote verstoring van deze biologisch zeer waardevolle weg. Wij voorzien ook grote problemen voor de afwatering en hebben de plannen voor de verkaveling aan experten voorgelegd: de buffering van water, de gevolgen voor het water in de kelders van de buurt, de belasting voor het rioleringsstelsel enzovoort zijn onvoldoende in kaart gebracht, laat staan dat er oplossingen voor zijn.

Het gedeelte waar Extensa zijn exclusieve woningen wil bouwen is eigenlijk niet geschikt voor een dergelijk project.  De vraag die opduikt is of er schade of planschade zou moeten betaald worden door de gemeenschap als het bedrijf uiteindelijk geen bouwvergunning wordt verleend. Wij hebben onder andere een besluit van de deputatie van Vlaams-Brabant (dossiernr. RMT-RO-BB-2010005-DEP-02) gezien met volgende vermelding: De verkavelaar tekende een verklaring ten gunste van de stad Leuven dat schade die zou kunnen geleden worden door de schorsing of vernietiging van het RUP niet op de stad Leuven zal verhaald worden”. Onze experten leiden hieruit af dat een schadevergoeding niet aan de orde zou zijn, wij nodigen de gemeenteraad uit om dit grondig te onderzoeken.

Om te besluiten geef ik twee cijfers uit de slottabel van het Ontwerp Stedelijke afbakening, het komt uit de ruimtetabel en geeft de eindresultaten inzake geplande bestemmingswijzigingen. De twee hoogste cijfers uit deze tabel zijn zeer opvallend en geven aan welke de belangrijkste resultaten inzake bestemmingswijziging zouden zijn voor Leuven en zijn regio. Als dit plan zou doorgaan dan zou er namelijk 90 HA landbouwgrond verdwijnen en zou er 87 HA industriegrond bijkomen. Dit is op flagrante wijze in tegenspraak met de stelling dat we landbouwgrond zullen bewaren, zoals onder andere staat te lezen in het beleidsplan van Leuven. Zeggen dat Parkveld buiten deze afspraak valt is de kop in het zand steken voor het voortschrijdend inzicht op vlak van stedelijke ontwikkeling. Parkveld staat symbool voor een achterhaalde praktijk: de behoefte aan bijkomende ruimte voor wonen en industrie wordt schromelijk overschat, de behoefte aan ruimte voor natuur en landbouw wordt daarentegen onderschat. We vragen de gemeenteraadsleden om hier een kritische houding aan te nemen en we vragen dus de herziening van het gunstige advies over dit plan zolang Parkveld hierin bestemd wordt voor bebouwing en industrie.

Ik dank u.






Comments