archief‎ > ‎

achtergrond


ACTIE OP ZONDAG 10 MEI 2015 – 13.00 UUR – TER HOOGTE VAN PARKVELD

Geplaatst 15 feb. 2016 13:30 door Annouk Van Vlierden

Geldenaaksebaan anno 2030: in scène

Eindelijk lucht voor de Geldenaaksebaan: Parkveld blijft natuurlijk.

De invulling van de resterende open ruimte van Parkveld met industrie, een villawijk en woonblokken zal het nijpende mobiliteitsprobleem op de Geldenaaksebaan nog verzwaren.

De noordelijke Geldenaaksebaan (tussen Parkpoort en Meerdaalboslaan) is momenteel reeds één van de zwartste punten van de ganse stad.  De beneden-Geldenaaksebaan is een stadscanyon met zéér hoge fijnstofvervuiling.  Het talrijke fietsverkeer wordt gedwongen om de voetpaden te gebruiken. Sinds de heraanleg na de werken van Aquafin is zwaar vrachtverkeer onbegrijpelijkerwijs opnieuw toegelaten.  Nochtans: rond de beneden-Geldenaaksebaan ligt de tweede-grootste woonkern van Heverlee, er liggen drie scholen op de Geldenaaksebaan en twee er vlakbij. Onze kinderen en scholieren zijn schuwe trottoirdieren.

De mogelijke oplossingen zijn schaars en ingrijpend en het stadsbestuur is er geen enthousiast voorstander van : toeritdosering aan Parkpoort en Meerdaalboslaan, doorknippen van de Geldenaaksebaan voor doorgaand verkeer (behalve voor openbaar vervoer, hulpdiensten en fietsers), éénrichtingsverkeer organiseren (afslaan naar Pakenstraat verbieden komende van Haasrode, en vanuit de Pakenstraat richting Leuvense ring).

Nochtans ziet het stadsbestuur wél klaar in wat er kan gebeuren: het hoger gelegen deel van Parkveld kan dienen als verzamelweg voor het verkeer van de gecontesteerde nieuwbouwwijk  Extensa, een reeks woonblokken worden in een lang lint langs de Geldenaaksebaan gebouwd: de voertuigen van de honderden bewoners kunnen de bestaande files gewoon vervoegen. Sterk concept!

De buurt verbaast zich over deze plannen waarvoor geen enkel overleg met de bewoners wordt georganiseerd. De geschetste impasse op mobiliteitsgebied zou het Leuvens stadsbestuur nochtans  moeten dwingen tot zeer grote terughoudendheid wat betreft de ontwikkeling van Parkveld. De noodzaak van maatregelen op mobiliteitsvlak is vele malen groter dan de opgeklopte noodzaak om de schaarse open ruimte op te geven.  Het is lang wachten op het effect van sensibilisering voor verandering van mobiliteitsgedrag bij de bevolking (zero-emissie, openbaar vervoer, zacht weggebruik). Leuven 2030 als dekmantel gebruiken om echte actie uit te stellen, nemen we niet langer.

Er is een duidelijke vraag naar een andere verkeersregeling voor de Geldenaaksebaan die direct effect heeft op het dagelijks gebruik van de baan.  Groot-Leuven ervaart de grenzen van zijn groeimogelijkheden maar stad Leuven toont zich klein in het kiezen voor echte oplossingen.

Een duizendste promotieactie voor Leuven Klimaatneutraal helpt ons slechts een halve sikkepit, echte maatregelen blijven uit. Het is genoeg geweest, Parkveld Blijft!

grrrrrrrrrRoet !





De pure klasse van het Parkveld

Geplaatst 26 mrt. 2014 14:20 door Sanne Wouters

Al enkele decennia vinden sommigen dat Parkveld maar best met een laag beton kan overgoten, om er een verkaveling en bedrijventerrein te installeren. Vreemd genoeg is er niet eens een gedegen maatschappelijk debat over. De confrontatie tussen voor- en tegenstanders is nog eerder een juridisch gevecht. Jammer want de waarde van Parkveld voor Leuven komt op die manier niet aan bod.

Dubbel jammer, want de bodem van Parkveld is pure klasse, het is er zandige leemgrond, droog, uitgeloogd. Voor de kenners: de grond is van het zeer gunstige type Lba. Daardoor is Parkveld bijzonder geschikt voor de landbouw met als bijkomend voordeel de vroege bewerkbaarheid voor teelten als vroege aardappelen en allerhande primeurgroenten.

De boerkoos

Niet toevallig: vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw duikt in Heverlee de ‘boerkoos’ op. Het woord vindt zijn oorsprong in het Franse précoce: vroegrijp. Het gaat dus om kwekers van primeurs, de eerste groenten van de seizoenen. De hoveniers in Heverlee – Terbank, Egenhoven, valleien van de Molenbeek en Buekenbeek, Park/centrum, Parkveld – leggen zich toe op intensieve tuinbouw. De gronden werden bij de eerste lentezon omgespit en gelijktijdig bezaaid met radijsjes en wortelen, poeikes. Wanneer de radijsjes geoogst waren, konden –na wieding- de worteltjes opgroeien. Het markten hiervan was aanleiding tot de eerste kermis, de poeikeskermis in Park. Hierna was er volop tijd voor prei, boontjes en andere groenten.

Al deze groenten dienden voor de lokale markt en voor spoorverzending naar Wallonië. Op de Oude Markt was er minstens driemaal per week een vroegmarkt om vijf uur. De hoveniers voerden hun groenten aan met kruiwagen of hondengespan om ze te verkopen aan handelaars, winkeliers en ‘voortverkopers’.

Op het einde van de negentiende eeuw ontstonden twee conservenfabrieken; Marie-Thumas aan de Vaart en Jacobs in Heverlee. Daar werden eerst erwtjes, later ook spinazie en boontjes afgezet met paard en kar. 
En weer iets later ontstonden de veilingen: de Leuvense Groente- en Fruitveiling met vestiging in de Kardinaal-Mercierlaan en de Centrale Tuinbouwveiling aan de IJzermolenstraat. Twee grote veilingen in Heverlee! Dat was iets uniek en het geeft een idee van de goede landbouwgrond en de beslagen hoveniers die zélfs Leuvense soorten gingen ontwikkelen, zoals een unieke Leuvense sla- en seldersoort. 

De glorietijd duurde slechts tot 1965 toen één van beiden het moest afleggen tegen een concurrent: de gebouwen van de Leuvense Groente- en Fruitveiling werden verkocht aan warenhuisketen G.B. Het lokale en het agrarische begon zwaar terrein te verliezen.

Natuurlijk Parkveld

Back to the roots: tot 14.000 –C was Parkveld toendra met schaarse vegetatie: een boomloze, grazige steppe. Nadien, 11.000  -C, werd het open bos met berk, wilg en den. Nog later werd het gemengd bos met berk, wilg, den, eik en later nog haagbeuk, els, linde en es. Tot er vanaf 7500 –C eik en berkenbos gingen overheersen. Vanaf 5000 –C was er landbouwwinning. Deze ondervond grote invloed na de stichting van Abdij van Park in 1128. Hun eigendom steeg snel in oppervlakte en men deed aan bosontginning om er velden, wijngaarden, fruit- en groentetuinen aan te leggen.

Flash: anno 2013 liggen delen van Parkveld al jaren braak en is er weer spontane en waardevolle natuurontwikkeling begonnen: een jong berkenbosje schiet op en daartussen wordt bijzondere plantengroei opgemerkt. Het echt duizendguldenkruid, het rapunzelklokje, de koekoeksbloem, kleine leeuwentand, muizenoor en liggende klaver, zelfs duinriet en borstelgras (!) is er weer te vinden.

    

Tafels van de Heilige Geest

Nog even geschiedenis: uit een telling in 1834 leren we dat Heverlee toen nog voor 55% akker, voor 30% bos en voor 8% weide was. Slechts de helft van de gronden was ‘eigendom’. De andere helft was gemeentelijke huurland voor de land- en tuinbouw. In Leuven was er ook het recht opnabeweiding. De gemeenteraad formuleerde in 1852 het droit de parcours ou de vaine pâture. De stedelingen (behalve de veehandelaars en vetmesters) mochten altijd alle soorten dieren weiden langs de wegkanten. De boerkozen brachten hun schapen naar Parkveld om ze aan een paal en koord te laten grazen.

Eeuwenlang stond op de kop van Parkveld een grote hoeve: het Gasthuishof. Ze stond vier eeuwen lang op de plaats waar nu trappen Behets staat. De historische hoeve floreerde samen met Parkveld maar werd in 1880 afgebroken. Het Gasthuishof was eigendom van de liefdadige instelling De Tafels van de Heilige Geest dat in 1796 veranderde in Commissie der Burgerlijke Godshuizen en in 1925 in Commissie van Openbare Onderstand. Nog later veranderde de Commissie in OCMW, deze beheerde Parkveld als open weide of akker.

Flash: het OCMW wil zich sinds de jaren ’90 ontdoen van haar lopende pachtovereenkomsten met de boeren die vandaag de akkers van Parkveld bewerken. Delen van het terrein zijn intussen verkocht voor vastgoedontwikkeling aan Extensa en aan Interleuven. Een quasi onomkeerbare betonnering van de vruchtbaarste grond dreigt.

Maar Parkveld is niet alleen een stuk essentiële agrarische geschiedenis die Leuven, eeuwenoud, maakte tot wat het vandaag is. Parkveld is ook de toekomst: voor de open ruimtes van de klimaatneutrale stad is Parkveld een enorme troef, 16 ha van de vruchtbaarste grond en tegelijk de verbinding tussen twee grote groene zones als Heverleebos en Abdij van Park/Molenbeekvallei.

Water

En dan de watervoorziening. Tot op vandaag heeft Parkveld een natuurlijke functie als waterfilter. Onder de leemlaag, lichtjes wisselend in dikte, bevinden zich de Zanden van Brussel. Deze zijn goed waterdoorlatend, zodat zich onderaan op de onderliggende kleilaag, een watertafel kan vormen. Dit water wordt als drinkwater opgepompt door de Watermaatschappij Cadol rond de Abdij van Park in 8 putten, 6-7 meter diep, waterniveau 4-5 meter. Vanwege de waterwinning via ‘hemelwater’ kreeg Parkveld een beschermingszone 3.

Deze bescherming voor waterwinning is veel te beperkt en geldt helaas niet voor alle andere kwaliteiten van Parkveld, pure klasse nochtans! Parkveld is er om te koesteren, niet om er beton over te gieten. Is dat niet duidelijk genoeg, ga er dan eens langs. Neem je tijd, en kijk, en hoor, en voel.   

Verdicht Leuven!

Geplaatst 23 nov. 2012 05:42 door Pieter Abts   [ 26 mrt. 2014 14:24 bijgewerkt door Sanne Wouters ]

Moet er een nieuw bedrijventerrein komen op vruchtbare landbouwgrond, Parkveld, in Heverlee? En dat terwijl er wel dertig panden leegstaan op de aansluitende bedrijventerreinen van Haasrode? Gaat de stad niet uit van een veel te optimistische inschatting over de nood aan nieuwe bedrijfsruimte? Elders in Vlaanderen worden de bestaande bedrijventerreinen verdicht. De veel te ruime kavels worden efficiënter gebruikt, waardoor het aansnijden van nieuwe open ruimte overbodig wordt. Net als heel wat milieu-organisaties, denkt de Parkveldgroep dat deze piste verder moet onderzocht worden. Laat ons een veld en een boer die nog groen is...

De grote behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen -6000 HA- die Vlaanderen voorspelt voor de komende jaren, kwam er na stevig lobbywerk van de economische sector. De cijfers zijn overdreven, niet wetenschappelijk onderbouwd en gemotiveerd door politieke keuzes. Meerdere steden maakten ook bezwaren tegen de cijfers en gingen dan maar een eigen berekening of inschatting maken. Want nieuwe bedrijventerreinen zijn een rechtstreekse bedreiging voor de schaarse open ruimtes, voor de ruimte voor stadsnabije landbouw, voor leefruimtes van bedreigde planten en dieren.

Nochtans trok ook Leuven in eerste instantie de door Vlaanderen vooropgestelde nood aan nieuwe bedrijventerreinen in twijfel. Toch was en is het stadsbestuur bereid om Parkveld op te offeren, onbewust als ze schijnbaar is van de waarde van Parkveld als open ruimte en landbouwgrond.

In zijn boek ‘Vlaanderen in de knoop’ doet Erik Grietens (BBL) fijntjes uit de doeken waarom de cijfers die het Ruimtelijk Structuur Plan Vlaanderen vooropstelt niet deugen. In het geval van Parkveld volstaat een bezoek aan het naburige ‘researchpark’ van Haasrode en het ambachtenterrein van Heverlee om te begrijpen dat er zeer nonchalant is omgesprongen met de ruimte. De meeste bedrijven zijn opgetrokken in één bouwlaag, elk bedrijf heeft zijn private parking en ruime gazons daar rond. Deze terreinen zijn volgens de statistieken volzet want het zijn bebouwde kavels.

 Los daarvan staat in de Stadsmonitor 2011 dat de bezettingsgraad van de Leuvense bedrijventerreinen 75% is op een oppervlakte van 304 hectare. Er is dus 75 hectare Leuvense ruimte voor bijkomende bedrijven. En dan omvatten deze cijfers niet eens de duidelijke en uitgebreide leegstand van bedrijfspanden in Heverlee/Haasrode. Vreemd genoeg ontkende burgemeester Tobback het bestaan van deze leegstand tijdens de gemeenteraad van september (ach ja de statistiek). De Parkveldgroep schrijft als remedie voor hardnekkig ontkengedrag een plaatsbezoek voor, met de fiets en de voltallige gemeenteraad. Op het einde past dan een gesprekje met de grote pief van intercommunale Interleuven die het terrein beheert. Wanneer treedt de intercommunale eens op tegen het flagrant slechte gebruik van de ruimte die haar is toebedeeld?

Er bestaan tegenwoordig genoeg voorbeelden in binnen en buitenland van oude industrieterreinen waar men werk gemaakt heeft van een verdichting en intensiever gebruik van de bestaande ruimte. Zie het bijvoorbeeld van ‘bedrijvenstad Fortuna’ in Sittard. Naar verluidt heeft Interleuven jaren terug een studie laten uitvoeren naar een verdichting in Heverlee/Haasrode, maar daar gebeurde niets meer mee na aanvankelijke negatieve reacties van de daar al gevestigde bedrijven.

Dan maar de nabijgelegen akkers en natuur inpalmen?

De kans op uitbreiding van het stedelijk gebied en de schaalvergroting van projecten verhoogt natuurlijk de commerciële waarde van de stad als investeringslokatie voor ontwikkelaars van vastgoed. Onder hun druk en die van de KUL staat de stad dan ook slag om slinger uitzonderingen toe op haar beleid van verdichting. Leuven wil nu in kaart laten brengen waar de kansen zich voordoen voor hoogbouw en schaalvergroting mits een studie die 54.000 € mag kosten. Bericht hierover vind je op de website van VOKA, uiteraard.

In een advies echter van de Leuvense GECORO (de adviesraad voor ruimtelijke ordening) van juli 2012 aan het Leuvense stadsbestuur wordt gevraagd naar een globale visie voor het beleid van verdichten, ontdichten en het vrijwaren van (groen-)gebieden. Dat die visie er tot dusver niet is… dat er nochtans al jaren strijd is omtrent vrijwaren/opofferen van Parkveld … dat de stad zich daar zonder te beschikken over een globale visie in vastbijt en de gemeenschap op stang jaagt …onbegrijpelijk.

Het voorbarig vergunnen van een bouwproject door vastgoedbedrijf Extensa op Parkveld is een niet verteerbare, historische vergissing. Het project met allemaal losse kavels in de drukbezette stadsrand – ‘de laatste groene ruimte waar mensen nog kunnen bouwen’ volgens de bijwijlen hysterische schepen van huisvesting- is een verspilling van ruimte en een achterhaalde aanpak. In Frankrijk probeert men dit soort wijken intussen te verdichten door tussen alleenstaande villa’s nieuwe gezinswoningen te bouwen. Ze bouwen er nieuwe woningen, op nul nieuwe hectare.

Met de opbrengst van de verkoop als bouwgrond van de zijkant van hun perceel, kunnen de huidige bewoners hun eigen woning volledig energiezuinig renoveren. Iedereen content! Zo’n systeem van het verdichten van oudere verkavelingswijken moet ook in de Leuvense deelgemeenten uitgeprobeerd worden. De Vlaamse bouwmeester verricht momenteel onderzoek naar het verdichten van na-oorlogse verkavelingswijken, net zoals sommige universiteiten, steden zoals Genk of sociale woningbouwmaatschappijen zoals ‘De Zonnige Kempen’. Er beweegt heel wat op dit vlak. Die kennis moet ingezet worden in Leuven om tot een verdichting van bestaande woonwijken te komen. Daardoor zullen buurten ‘stedelijker’ worden, met meer rijwoningen en gekoppelde bebouwingen. Het zal ongetwijfeld heel wat overleg, geduld en overtuigingskracht vragen om de oudere bevolking van deze verkavelingen te overtuigen van de komst van extra woningen naar hun vertrouwde wijk. Maar het kan zorgen voor een verjonging, verduurzaming en opwaardering van deze toch wel ruimte-verslindende woonbuurten. Een injectie met jonge gezinnen zal bovendien bijdragen aan nieuwe sociale contacten voor de huidige bewoners. En uiteindelijk ook aan meer open ruimte voor korte keten groenteteelt, natuur, speelruimte voor kinderen en ruimte voor fietsers en wandelaars, kortom aan meer ruimte voor alle Leuvenaars.

Bronnen:

Erik Grietens, Vlaanderen in de knoop, 2009, Academic and Scientific Publishers

De Stadsmonitor 2011

Open brief: Parkveld is van Leuven!

Geplaatst 15 okt. 2012 07:12 door Pieter Abts   [ 27 jan. 2014 07:07 bijgewerkt door Patrick Weckhuyzen ]

Beste gemeenteraadsleden, ocmw-voorzitter, schepenen en burgemeester van Leuven,

Wij zijn de Parkveldgroep en schrijven jullie een brief om onze plannen toe te lichten. Wellicht lazen jullie er in de pers al wat over. Het kan geen kwaad om ons rechtstreeks tot jullie te richten, denken we. Jullie besturen de stad en dat is iets waar wij ook over nadenken. Dat hebben we alvast gemeen.

Wij zijn Leuvenaars met plannen voor Parkveld, voor het stuk van het terrein dat werd opgekocht door bouwpromotor Extensa, jaren terug. Hoeveel centen kreeg het OCMW daar alweer voor? Zoals jullie allicht weten ligt hun perceel er sindsdien braak bij, het betreft twee bosperceeltjes en twee akkers die ondertussen zijn overwoekerd door pioniersplanten, veel berkenboompjes vooral maar ook allerlei bloemen en kruiden, bosaardbeien en drie distelsoorten. We willen dat terrein een zinvolle bestemming geven, alvast in de periode waarin er nog geen concrete bouwactiviteiten mogelijk zijn. Zoals jullie weten moeten nog een boel procedures gevolgd en plannen gemaakt vooraleer er sowieso met bouwactiviteit kan begonnen.

We willen vermijden dat het bouwen er ooit van komt, u zal dat begrijpen. In jullie eigenste Gemeentelijk Natuur Ontwikkelings Plan beschrijven jullie Parkveld immers als een belangrijke open ruimte en groene corridor tussen de groene zone rond Abdij van park en Heverleebos/Meerdaalwoud. En ook staat in het Leuvens beleidsplan 2006-2012 dat landbouwgebieden moeten gevrijwaard worden van zonevreemde inmenging. We willen eigenlijk gewoon dat jullie ook waarde hechten aan deze woorden en teksten.

Wat gaan we dan doen? Op het veld willen we een positief project realiseren met ruimte voor groenteteelt, voor ontmoeting, voor spel en sport. We willen deze ‘groene, kindvriendelijke en zeer gegeerde rand van Leuven’ (we citeren de website van Extensa) namelijk ook graag groen en kindvriendelijk houden. Ziehier een voorbeeld van wat we willen doen, het is een oproep aan de Leuvenaars:

Werk mee op de gulle parkveld-akker
Op Parkveld gaan we een vers geploegde akker bewerken van ongeveer 18 are groot, zowat 30 op 60 meter. We gaan dat doen met een groep, niet te groot, niet te klein. Daarvoor zoeken we deelnemers. De idee is om er een productieveld te maken voor stevige volumes groenten, in de eerste plaats groenten die tot de basisvoeding behoren en gemakkelijk te bewaren zijn: aardappelen, ajuinen, wortelen, pompoenen, misschien ook rapen, knolselders, knoflook …
De oogst wordt verdeeld volgens de geleverde inzet, een deel ervan wordt geschonken aan een goed keukenproject. Er is de vaste idee om geen handel te drijven met de oogsten. Met de kandidaat deelnemers zal een overleg gepland worden om een zaai- en teeltschema af te spreken. De akker is uitstekende zand-leemgrond en we laten ons begeleiden door iemand met ervaring in de agro-ecologische tuinbouw.
Heb je interesse? Zend dan een mailtje met contactgegevens en graag ook je motivatie naar parkveldgroep@gmail.com. Het wordt fun!

Jullie kunnen ons gerust beschouwen als een vooruitgeschoven bijdrage aan de ambitie om de stad klimaatneutraal te maken tegen 2030. We hebben nog 18 jaar dus, we wilden niet langer talmen maar er meteen aan beginnen. Met ons akkerproject bijvoorbeeld denken we minimaal 2 ton aardappelen te kunnen telen, jaarlijks. Als daar pakweg 20 gezinnen aan meedoen, hebben die elk 100 kilo Parkveld patatten zonder zware milieukost. En het plezier om die zelf te telen, biedt de mensen tegelijk een aardig handelingsperspectief. Het kan hen ervan weerhouden om, we zeggen maar wat, hun vrije tijd de besteden aan een autorit en een bezoek aan een beleveniswinkel in Machelen.

Ons project heeft ook een open karakter: wie wil kan meedoen. We ondernemen actie om de buurt te betrekken, 22 organisaties ondertekenden het pamflet ‘Parkveld is van Leuven’ en we staan in goed contact met enkele landbouwers op het veld. Daarom ook deze brief, ook jullie zijn welkom. We willen best de dialoog aangaan, jullie weten ons vast te vinden. En een schepen van milieu of zo die mee aardappelen en groenten teelt, het zou mooi staan, niet?

O ja, omtrent de bouw van acht appartementen langs de Geldenaaksebaan, omtrent de reële behoefte aan uitbreiding van de ambachtenzone, omtrent de grote Exensa verkaveling: we zouden het heel erg appreciëren als jullie al die plannen zouden herbekijken en achterwege laten. Parkveld vinden wij geen wachtzone voor de oprukkende stad, Parkveld is een onderdeel van de stad zoals we die graag zien: met ruimte voor groen, voor spel, voor eigen teelt, voor fauna en flora, voor open ruimte en landbouw.

Wij menen dat Parkveld agrarisch gebied is en moet blijven!

Hier vind je ons op internet:
https://sites.google.com/site/parkveldblijft/archief/achtergrond/openbriefparkveldisvanleuven

Deze brief werd besproken en goedgekeurd tijdens onze algemene Parkveld-vergadering van 14 oktober 2012.

Vriendelijke groet,
de Parkveldgroep

Parkveld is van Leuven!

Geplaatst 5 okt. 2012 03:19 door Pieter Abts   [ 13 sep. 2013 06:34 bijgewerkt door Parkveld Heverlee ]

Er is een 15 hectare groot stuk landbouwgrond aan de rand van Leuven dat sinds mensenheugenis bekend staat als de beste hoveniersgrond.
De grond is heel vruchtbaar en heeft een prima waterhuishouding, dat zeggen de boeren die de grond bewerken en er vandaag aardappelen, graan, maïs en chicorei op zetten.
Het mooie is dat deze grond de eigendom is van de Leuvenaars. Of juister gesteld: het OCMW van Leuven bezit de gronden en verpacht deze aan boeren uit omliggende gemeenten. Het land is dus in bezit van de gemeenschap, het heet Parkveld.

Maar boven de akkers hangt een donkere wolk die niet wil wijken, ze hangt daar al 16 jaar! Het is namelijk zo dat de stad Leuven hier liever een bedrijventerrein ziet verschijnen, een verkaveling en een reeks appartementen. Samen met de intercommunale Interleuven en de vastgoedfirma Extensa staat het stadsbestuur te popelen om eraan te beginnen.
Ze zijn zo ongeduldig dat ze een beetje slordig werden met de regels die je moet volgen als je landbouwgrond wil omzetten naar een andere bestemming.

Zo kwam het dat de Raad van State de plannen van Leuven al drie keer nietig verklaarde, de laatste keer was dat in november 2011.
De Raad zette zich op één lijn met de buurtbewoners die vonden dat de stad eerst met hen en alle Leuvenaars moet overeenkomen tot waar het stedelijk gebied mag komen.
Want voor je het weet verdwijnt niet alleen het Parkveld, maar worden ook Groenveld en Kareelveld en alle andere goede landbouwakkers door een laag beton overgoten.
Hola, wie staat er recht om onze open ruimte te verdedigen? Opgelet, want de vastgoedpatroons van Extensa en Matexi kopen landbouwgronden op strategische plaatsen in Leuven en dat is echt niet om er biologische groenten te telen voor de Leuvenaars, het is grondspeculatie.
Dit fenomeen -opkopen door kapitaalgroepen van landbouwgrond voor oneigenlijk gebruik- is een internationaal fenomeen en heet landroof, in het Engels 'landgrabbing'.
Zowel hier als in het Zuiden vinden wij deze praktijk onaanvaardbaar en een bewijs te meer dat wanneer banken en investeerders louter hun eigen winsten najagen wij daar met zijn allen de dupe van zijn.   

Niet minder maar meer landbouwgrond hebben we nodig.

We komen op voor het behoud van de agrarische grond in Leuven, want zij geven ons de kans op het ontwikkeling van een lokaal voedselsysteem en dat is exact wat een klimaatneutrale stad nodig heeft.
Indien we geen grondige verandering van ons voedselsysteem ontwikkelen, zullen we ons voedsel van heinde en ver blijven aanslepen en tot in het absurde laten verpakken, verslepen, koelen, nog eens verslepen naar een ander magazijn en anders verpakken en ga zo maar door.
Op die manier gaan we het klimaat eerder blijven opwarmen zodat op de duur zelfs goede gronden als  Parkveld naar de knoppen gaan want het weer zal heel grillig worden en er zal soms teveel en dan weer te veel te weinig water vallen, bijvoorbeeld.

Maar uiteindelijk zullen het wel tuinders en akkerbouwers zijn die ons van graan en groenten voorzien. Waar gaan die hun grond vinden?
Elke Leuvenaar heeft elk jaar zeker 1,4 ha nodig om zich in voedsel te voorzien, dat is de voedselvoetafdruk van een gemiddelde Belg. Op die manier berekent, bezetten alle Leuvenaars tesamen een groot stuk landbouwgrond dat 126.000 hectaren groot is.  Zelf heeft Leuven maar 1000 ha landbouwgrond dus al de rest palmen we in op een ander: stukken van Europese, Afrikaanse, Amerikaanse, Aziatische en zelfs Australische landbouwgrond worden voor de Leuvenaars bewerkt.

Onze dringende eisen aan de stad Leuven
  • herstart geen nieuwe procedure voor een RUP en planwijziging Parkveld
  • hou vast aan je eigen natuurplan (GLOP) dat de natuurwaarde en corridorfunctie van Parkveld verankert
  • ga langetermijn overeenkomsten aan met de boeren-pachters op Parkveld
  • integreer in deze overeenkomsten afspraken over de geleidelijke omschakeling naar agro-ecologische landbouw
  • faciliteer de directe afzet van de productie op Parkveld aan de inwoners van Leuven
  • bepleit technisch en wetenschappelijke onderzoek naar de opname van klimaatgassen door de grond en gewassen van Parkveld, becijfer en ontwikkel met deze case een brede set van praktijken die de uitstoot van klimaatgassen beperkt, uitschakelt en nadien netto CO2 opname bereikt
  • ondersteun de oprichting van een Parkveld-groep als een sociaal-cultureel gemeenschapsproject: met omwonenden, landbouwers, maatschappelijke organisaties, onderzoekers, de overheid en een kok
  • gebruik Parkveld als een leer- en praktijkvoorbeeld en ontwikkel gelijkaardige projecten in andere Leuvense landbouwgebieden

Dit is een actie van het Klimaatactiekamp 2012 met de volle steun van de Vrienden van Parkveld, Voedselteams vzw, Climaxi vzw, ASeed Europe, Landbouwactiekamp Nederland 2012, boeren Abts-Govaerts, Sevenants en Ackermans, Wervel vzw, vzw Leuven Verkeerd/t, 11.11.11 - Leuven, vzw Land In Zicht, VELT vzw, Bio-grondfondsproject, Jeugdbond voor Natuur en Milieu, Het Open Veld, De Witte Beek, European Coördination La Via Campesina, Vredeseilanden, Oxfam-Wereldwinkels regio Leuven (Wereldwinkels van Heverlee, Leuven, Kessel-Lo, Wilsele en Wijgmaal), Friends of The Earth Vlaanderen/Brussel, Klimaat- en Vredesactiegroep P., EVA vzw, Dialoog vzw, Masereelfonds Leuven

Landbouwgrond als strategische eigendom van de gemeenschap

Geplaatst 2 okt. 2012 04:41 door Parkveld Heverlee   [ 5 okt. 2012 03:21 bijgewerkt door Pieter Abts ]

De basis voor de inrichting van het grondgebied Vlaanderen is het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) dat in 1997 werd goedgekeurd. Uitgangspunten wat betreft de buitengebieden waren ondermeer garanties bieden aan boeren en meer natuur en bos creëren. Het RSV bepaalt dat er 750.000 hectare voor landbouw behouden blijft en dat de oppervlakte natuur en bos zal toenemen tot 150.000 hectare voor natuur en 53.000 hectare voor bos.

Dit impliceert de afname van het (op de voormalige gewestplannen) ingekleurde landbouwgebied met 56.000 hectare en een toename met respectievelijk 38.000 en 10.000 hectare voor natuur en bos. De resterende 7.000 hectare (landbouwgrond) gaat naar industrie en recreatie.

Twee historisch grootschalige eigenaars van landbouwgronden zijn actief betrokken bij deze transfer: de kerkfabrieken en de OCMW's. Dit zorgt voor spanningen en doet nadenken over de nood aan productieve gronden als eigendom van de gemeenschap.

Focus op Leuven naar aanleiding van Klimaatactiekamp 2012

Ondermeer het OCMW van Leuven is sinds vele jaren bezig zijn landbouwgrond te verkopen. Hun bedoeling is de volledige verkoop van met name 5.824.230 m² (582 HA) grond gelegen in de wijde regio Leuven, voor een totaalbedrag van 8.551.020 €. De gemiddelde opbrengst tijdens een momentopname in 2009 na de verkoop van 36% van de gronden, lag op 1,45 € per vierkante meter.

Dat lijkt een logische zaak voor het OCMW. Het grote areaal verpachte landbouwgrond is een erfenis uit lang vervlogen tijden toen Napoleon ze nationaliseerde, maar op vandaag behoort het niet tot de taken van een OCMW om gronden te beheren. Het Leuvense OCMW voert ook een zuinig financieel beleid en slaagt erin om met de verkoop van bossen, bouwgronden, panden en landbouwgrond een budget te verwerven voor investeringen in gemeenschapsvoorzieningen.
So far so good.

Maar er is een andere kant aan het verhaal. Eigendom van landbouwgrond door de stad Leuven – het OCMW is een stedelijke instelling – is cruciaal in de toekomstplannen: duurzame voeding voorzien voor een klimaatneutrale stad. Door haar landbouwgrond te verkopen verliest ze haar eerste instrument om een actief voedsel- en landbouwbeleid te voeren. Het is van groot belang om strategische belangrijke gronden als common, als gemeenschappelijk goed, te bezitten. Ze zijn de ruimte voor boeren, telers, collectieve tuinprojecten, oogstboerderijen en andere stadslandbouw.

De uitverkoop van de Leuvense landbouwgrond hypothekeert dus de voedselsoevereiniteit van alle huidige en toekomstige generaties.

Wanneer de verkoop ook nog samengaat met de wens om de grondbestemming te wijzigen van landbouw naar wonen of industrie -zie Parkveld in Heverlee- dan is dat een aanslag op de landbouwfunctie in Leuven en een directe bedreiging voor de landbouwbedrijven.

Daarom hebben we een constructief voorstel om deze transfer anders te organiseren.

Waarom de grond niet verkopen aan een actor met louter maatschappelijke doelen? Een actor zoals een intercommunale of de VLM (Vlaamse Land Maatschappij) of een op te richten grondfonds. Die zou een actief landbouwgrondenbeleid kunnen voeren.

In dat kader kunnen criteria ontwikkeld worden voor het behoud van percelen die van strategisch belang zijn voor de voedselvoorziening. Zulke criteria kunnen zijn: de vruchtbaarheid van de grond, de ligging nabij dorpscentra en stad(-srand), de bestemming van het geproduceerde voedsel.

Dat zou betekenen dat Leuven een werkelijke ambitie omarmt om niet alleen een deel van het voedsel voor haar inwoners uit haar directe omgeving te halen, maar om dat voedsel bovendien op een duurzame manier te laten produceren. Voorwaarde is dat de stad (of de aangeduide actor) er in slaagt de boeren, die haar gronden pachten, te overtuigen om te kiezen voor agro-ecologische productie en lokale afzet (zie het bio-grondfonds dat gronden zal verpachten aan bio-boeren). De afdwingbaarheid ligt wettelijk gezien niet voor de hand, het ligt ook moeilijk bij boeren om een stuk vrijheid in te leveren. Er zijn momenteel wel stimulansen mogelijk via goede beheersovereenkomsten met de overheid (wiens positieve milieu impact momenteel ondermaats zijn). Een variant hierop zijn de gebruiksovereenkomsten die Natuurpunt afsluit met ondertussen ruim 500 landbouwers.

De positieve effecten van zo een beleid gaan een stuk verder dan de nabijheid en duurzaamheid van voedselproductie.

Het geeft boeren en telers bedrijfszekerheid en zo mogelijk afzetgarantie. Met andere woorden overtuigende argumenten om voor een korte keten en de lokale markt te kiezen. Boeren kunnen zo een autonomer prijzenbeleid voeren en een grotere marge van de verkoopprijzen verwerven, een eerlijk boerenloon verdienen.

Belangrijke volumes aan klimaatuitstoot kunnen vermeden worden, door het uitsparen van voedselkilometers. Het behoud van open ruimtes tempert ook het hitte-eiland effect van dichte bebouwing. Dergelijke ruimtes hebben een verkoelend effect op de nabije omgeving en zijn instrumenten in de strijd tegen de klimaatopwarming.

Bewoners krijgen de kans om hun band te herstellen met de herkomst van hun voeding, met de seizoenen en de boerenbedrijven. Dit heeft op zijn beurt weer een positieve invloed op het maatschappelijk welzijn, de gezondheid en het menselijk welbevinden. Het verhoopte lange termijn effect daarvan is een daling van de maatschappelijke kosten voor de gezondheidszorg, kosten die ook op de begroting van een lokaal OCMW drukken.

Een laatste kracht van dit alternatieve grondenbeleid is de kans om hiermee een participatief beleid te voeren: inwoners kunnen mee investeren in het verwerven van collectieve landbouwgrond als aandeelhouders in een coöperatief systeem.

Van Leuven naar Vlaanderen

Met het Klimaatactiekamp lanceren we dit idee naar de toekomstige beleidsmakers van Leuven en tegelijk naar alle andere lokale besturen die vanaf oktober instaan voor het meest nabije beleidsniveau. Nieuwe regionale samenwerkingsverbanden op het vlak van landbouw en voeding zullen daarbij een voorwaarde zijn.


Debat over Parkveld neemt nieuwe wending

Geplaatst 16 aug. 2012 07:11 door Pieter Abts   [ 5 okt. 2012 03:22 bijgewerkt ]

Persbericht Parkveldgroep

Woensdag 29 augustus 2012

Debat over Parkveld neemt nieuwe wending

Tijdens de gemeenteraad van Leuven op 27 augustus werd de zin van de herbestemming van Parkveld in Heverlee in vraag gesteld. Tot voor kort was er unanieme politieke steun voor de omstreden herbestemming van dit agrarische gebied naar ambachtenterrein en woonzone. Daar lijkt nu een einde aan gekomen.

Fatiha Dahmani stelde namens Groen dat de plannen voor Parkveld aan herziening toe zijn. De schorsing van het Leuvense RUP door de Raad van State eind 2011, geeft de nodige tijd om het plan te heroverwegen. Luk Bellens van N-VA voegde toe dat ‘een aantal lokale actoren’ vandaag zinvolle vragen opwerpen over Parkveld.

Burgemeester Tobback moest tot zijn schijnbare ergernis vaststellen dat sommigen nogal vlot van gedacht veranderen. Daarop repliceerde Dahmani dat het politici zou sieren indien ze effectief rekening zouden houden met nieuwe maatschappelijk uitdagingen. Het dossier Parkveld sleept al een twintigtal jaren aan en de leegstand op het researchpark en het ambachtenterrein van Haasrode wijst op een veranderde economische conjunctuur, aldus Dahmani.

Het debat werd gespannen toen Tobback ontkende dat er enige leegstand zou zijn op het bestaande ambachtenterein. Dahmani haalde fel uit en liet verstaan dat ze tijdens een recente rondgang dertig panden telden die te huur en te koop stonden (ambachtenzone en researchpark samen).

Tobback probeerde vervolgens te onderwijzen dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen het researchpark Haasrode, dat alleen bedrijven herbergt die aan onderzoek en ontwikkeling doen en het ambachtenterrein aan de andere kant van de Expresweg, rond de schaatsbaan.

Over het ambachtenterrein beweerde de burgemeester dat er geen leegstand bestaat. Klinkklare onzin. Niet enkel het vroegere pand van ROB staat er leeg. Wie er even rondwandelt ziet dat ook daar tal van panden te huur staan.

Wat het researchpark betreft, stelde Tobback dat het bestemd is voor onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten en dat bijgevolg tal van KMO’s of dienstencentra er niet terecht kunnen. Die stelling kunnen we echter niet rijmen met het persbericht van Aximas  (van 28 augustus) dat gewag maakt van de inname door Honeywell Europe van de leegstaande Greenhill Campus (http://www.aximas.com/nl/news-detail/97). De mededeling maakt duidelijk dat het over een sales en marketingafdeling gaat.

De verdediging van de burgemeester lijkt dan ook op te steunen op twee wankele argumenten.

De Parkveldgroep

1-7 of 7