archief‎ > ‎achtergrond‎ > ‎

De pure klasse van het Parkveld

Geplaatst 26 mrt. 2014 14:20 door Sanne Wouters

Al enkele decennia vinden sommigen dat Parkveld maar best met een laag beton kan overgoten, om er een verkaveling en bedrijventerrein te installeren. Vreemd genoeg is er niet eens een gedegen maatschappelijk debat over. De confrontatie tussen voor- en tegenstanders is nog eerder een juridisch gevecht. Jammer want de waarde van Parkveld voor Leuven komt op die manier niet aan bod.

Dubbel jammer, want de bodem van Parkveld is pure klasse, het is er zandige leemgrond, droog, uitgeloogd. Voor de kenners: de grond is van het zeer gunstige type Lba. Daardoor is Parkveld bijzonder geschikt voor de landbouw met als bijkomend voordeel de vroege bewerkbaarheid voor teelten als vroege aardappelen en allerhande primeurgroenten.

De boerkoos

Niet toevallig: vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw duikt in Heverlee de ‘boerkoos’ op. Het woord vindt zijn oorsprong in het Franse précoce: vroegrijp. Het gaat dus om kwekers van primeurs, de eerste groenten van de seizoenen. De hoveniers in Heverlee – Terbank, Egenhoven, valleien van de Molenbeek en Buekenbeek, Park/centrum, Parkveld – leggen zich toe op intensieve tuinbouw. De gronden werden bij de eerste lentezon omgespit en gelijktijdig bezaaid met radijsjes en wortelen, poeikes. Wanneer de radijsjes geoogst waren, konden –na wieding- de worteltjes opgroeien. Het markten hiervan was aanleiding tot de eerste kermis, de poeikeskermis in Park. Hierna was er volop tijd voor prei, boontjes en andere groenten.

Al deze groenten dienden voor de lokale markt en voor spoorverzending naar Wallonië. Op de Oude Markt was er minstens driemaal per week een vroegmarkt om vijf uur. De hoveniers voerden hun groenten aan met kruiwagen of hondengespan om ze te verkopen aan handelaars, winkeliers en ‘voortverkopers’.

Op het einde van de negentiende eeuw ontstonden twee conservenfabrieken; Marie-Thumas aan de Vaart en Jacobs in Heverlee. Daar werden eerst erwtjes, later ook spinazie en boontjes afgezet met paard en kar. 
En weer iets later ontstonden de veilingen: de Leuvense Groente- en Fruitveiling met vestiging in de Kardinaal-Mercierlaan en de Centrale Tuinbouwveiling aan de IJzermolenstraat. Twee grote veilingen in Heverlee! Dat was iets uniek en het geeft een idee van de goede landbouwgrond en de beslagen hoveniers die zélfs Leuvense soorten gingen ontwikkelen, zoals een unieke Leuvense sla- en seldersoort. 

De glorietijd duurde slechts tot 1965 toen één van beiden het moest afleggen tegen een concurrent: de gebouwen van de Leuvense Groente- en Fruitveiling werden verkocht aan warenhuisketen G.B. Het lokale en het agrarische begon zwaar terrein te verliezen.

Natuurlijk Parkveld

Back to the roots: tot 14.000 –C was Parkveld toendra met schaarse vegetatie: een boomloze, grazige steppe. Nadien, 11.000  -C, werd het open bos met berk, wilg en den. Nog later werd het gemengd bos met berk, wilg, den, eik en later nog haagbeuk, els, linde en es. Tot er vanaf 7500 –C eik en berkenbos gingen overheersen. Vanaf 5000 –C was er landbouwwinning. Deze ondervond grote invloed na de stichting van Abdij van Park in 1128. Hun eigendom steeg snel in oppervlakte en men deed aan bosontginning om er velden, wijngaarden, fruit- en groentetuinen aan te leggen.

Flash: anno 2013 liggen delen van Parkveld al jaren braak en is er weer spontane en waardevolle natuurontwikkeling begonnen: een jong berkenbosje schiet op en daartussen wordt bijzondere plantengroei opgemerkt. Het echt duizendguldenkruid, het rapunzelklokje, de koekoeksbloem, kleine leeuwentand, muizenoor en liggende klaver, zelfs duinriet en borstelgras (!) is er weer te vinden.

    

Tafels van de Heilige Geest

Nog even geschiedenis: uit een telling in 1834 leren we dat Heverlee toen nog voor 55% akker, voor 30% bos en voor 8% weide was. Slechts de helft van de gronden was ‘eigendom’. De andere helft was gemeentelijke huurland voor de land- en tuinbouw. In Leuven was er ook het recht opnabeweiding. De gemeenteraad formuleerde in 1852 het droit de parcours ou de vaine pâture. De stedelingen (behalve de veehandelaars en vetmesters) mochten altijd alle soorten dieren weiden langs de wegkanten. De boerkozen brachten hun schapen naar Parkveld om ze aan een paal en koord te laten grazen.

Eeuwenlang stond op de kop van Parkveld een grote hoeve: het Gasthuishof. Ze stond vier eeuwen lang op de plaats waar nu trappen Behets staat. De historische hoeve floreerde samen met Parkveld maar werd in 1880 afgebroken. Het Gasthuishof was eigendom van de liefdadige instelling De Tafels van de Heilige Geest dat in 1796 veranderde in Commissie der Burgerlijke Godshuizen en in 1925 in Commissie van Openbare Onderstand. Nog later veranderde de Commissie in OCMW, deze beheerde Parkveld als open weide of akker.

Flash: het OCMW wil zich sinds de jaren ’90 ontdoen van haar lopende pachtovereenkomsten met de boeren die vandaag de akkers van Parkveld bewerken. Delen van het terrein zijn intussen verkocht voor vastgoedontwikkeling aan Extensa en aan Interleuven. Een quasi onomkeerbare betonnering van de vruchtbaarste grond dreigt.

Maar Parkveld is niet alleen een stuk essentiële agrarische geschiedenis die Leuven, eeuwenoud, maakte tot wat het vandaag is. Parkveld is ook de toekomst: voor de open ruimtes van de klimaatneutrale stad is Parkveld een enorme troef, 16 ha van de vruchtbaarste grond en tegelijk de verbinding tussen twee grote groene zones als Heverleebos en Abdij van Park/Molenbeekvallei.

Water

En dan de watervoorziening. Tot op vandaag heeft Parkveld een natuurlijke functie als waterfilter. Onder de leemlaag, lichtjes wisselend in dikte, bevinden zich de Zanden van Brussel. Deze zijn goed waterdoorlatend, zodat zich onderaan op de onderliggende kleilaag, een watertafel kan vormen. Dit water wordt als drinkwater opgepompt door de Watermaatschappij Cadol rond de Abdij van Park in 8 putten, 6-7 meter diep, waterniveau 4-5 meter. Vanwege de waterwinning via ‘hemelwater’ kreeg Parkveld een beschermingszone 3.

Deze bescherming voor waterwinning is veel te beperkt en geldt helaas niet voor alle andere kwaliteiten van Parkveld, pure klasse nochtans! Parkveld is er om te koesteren, niet om er beton over te gieten. Is dat niet duidelijk genoeg, ga er dan eens langs. Neem je tijd, en kijk, en hoor, en voel.   

Comments