archief‎ > ‎achtergrond‎ > ‎

Landbouwgrond als strategische eigendom van de gemeenschap

Geplaatst 2 okt. 2012 04:41 door Parkveld Heverlee   [ 5 okt. 2012 03:21 bijgewerkt door Pieter Abts ]
De basis voor de inrichting van het grondgebied Vlaanderen is het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) dat in 1997 werd goedgekeurd. Uitgangspunten wat betreft de buitengebieden waren ondermeer garanties bieden aan boeren en meer natuur en bos creëren. Het RSV bepaalt dat er 750.000 hectare voor landbouw behouden blijft en dat de oppervlakte natuur en bos zal toenemen tot 150.000 hectare voor natuur en 53.000 hectare voor bos.

Dit impliceert de afname van het (op de voormalige gewestplannen) ingekleurde landbouwgebied met 56.000 hectare en een toename met respectievelijk 38.000 en 10.000 hectare voor natuur en bos. De resterende 7.000 hectare (landbouwgrond) gaat naar industrie en recreatie.

Twee historisch grootschalige eigenaars van landbouwgronden zijn actief betrokken bij deze transfer: de kerkfabrieken en de OCMW's. Dit zorgt voor spanningen en doet nadenken over de nood aan productieve gronden als eigendom van de gemeenschap.

Focus op Leuven naar aanleiding van Klimaatactiekamp 2012

Ondermeer het OCMW van Leuven is sinds vele jaren bezig zijn landbouwgrond te verkopen. Hun bedoeling is de volledige verkoop van met name 5.824.230 m² (582 HA) grond gelegen in de wijde regio Leuven, voor een totaalbedrag van 8.551.020 €. De gemiddelde opbrengst tijdens een momentopname in 2009 na de verkoop van 36% van de gronden, lag op 1,45 € per vierkante meter.

Dat lijkt een logische zaak voor het OCMW. Het grote areaal verpachte landbouwgrond is een erfenis uit lang vervlogen tijden toen Napoleon ze nationaliseerde, maar op vandaag behoort het niet tot de taken van een OCMW om gronden te beheren. Het Leuvense OCMW voert ook een zuinig financieel beleid en slaagt erin om met de verkoop van bossen, bouwgronden, panden en landbouwgrond een budget te verwerven voor investeringen in gemeenschapsvoorzieningen.
So far so good.

Maar er is een andere kant aan het verhaal. Eigendom van landbouwgrond door de stad Leuven – het OCMW is een stedelijke instelling – is cruciaal in de toekomstplannen: duurzame voeding voorzien voor een klimaatneutrale stad. Door haar landbouwgrond te verkopen verliest ze haar eerste instrument om een actief voedsel- en landbouwbeleid te voeren. Het is van groot belang om strategische belangrijke gronden als common, als gemeenschappelijk goed, te bezitten. Ze zijn de ruimte voor boeren, telers, collectieve tuinprojecten, oogstboerderijen en andere stadslandbouw.

De uitverkoop van de Leuvense landbouwgrond hypothekeert dus de voedselsoevereiniteit van alle huidige en toekomstige generaties.

Wanneer de verkoop ook nog samengaat met de wens om de grondbestemming te wijzigen van landbouw naar wonen of industrie -zie Parkveld in Heverlee- dan is dat een aanslag op de landbouwfunctie in Leuven en een directe bedreiging voor de landbouwbedrijven.

Daarom hebben we een constructief voorstel om deze transfer anders te organiseren.

Waarom de grond niet verkopen aan een actor met louter maatschappelijke doelen? Een actor zoals een intercommunale of de VLM (Vlaamse Land Maatschappij) of een op te richten grondfonds. Die zou een actief landbouwgrondenbeleid kunnen voeren.

In dat kader kunnen criteria ontwikkeld worden voor het behoud van percelen die van strategisch belang zijn voor de voedselvoorziening. Zulke criteria kunnen zijn: de vruchtbaarheid van de grond, de ligging nabij dorpscentra en stad(-srand), de bestemming van het geproduceerde voedsel.

Dat zou betekenen dat Leuven een werkelijke ambitie omarmt om niet alleen een deel van het voedsel voor haar inwoners uit haar directe omgeving te halen, maar om dat voedsel bovendien op een duurzame manier te laten produceren. Voorwaarde is dat de stad (of de aangeduide actor) er in slaagt de boeren, die haar gronden pachten, te overtuigen om te kiezen voor agro-ecologische productie en lokale afzet (zie het bio-grondfonds dat gronden zal verpachten aan bio-boeren). De afdwingbaarheid ligt wettelijk gezien niet voor de hand, het ligt ook moeilijk bij boeren om een stuk vrijheid in te leveren. Er zijn momenteel wel stimulansen mogelijk via goede beheersovereenkomsten met de overheid (wiens positieve milieu impact momenteel ondermaats zijn). Een variant hierop zijn de gebruiksovereenkomsten die Natuurpunt afsluit met ondertussen ruim 500 landbouwers.

De positieve effecten van zo een beleid gaan een stuk verder dan de nabijheid en duurzaamheid van voedselproductie.

Het geeft boeren en telers bedrijfszekerheid en zo mogelijk afzetgarantie. Met andere woorden overtuigende argumenten om voor een korte keten en de lokale markt te kiezen. Boeren kunnen zo een autonomer prijzenbeleid voeren en een grotere marge van de verkoopprijzen verwerven, een eerlijk boerenloon verdienen.

Belangrijke volumes aan klimaatuitstoot kunnen vermeden worden, door het uitsparen van voedselkilometers. Het behoud van open ruimtes tempert ook het hitte-eiland effect van dichte bebouwing. Dergelijke ruimtes hebben een verkoelend effect op de nabije omgeving en zijn instrumenten in de strijd tegen de klimaatopwarming.

Bewoners krijgen de kans om hun band te herstellen met de herkomst van hun voeding, met de seizoenen en de boerenbedrijven. Dit heeft op zijn beurt weer een positieve invloed op het maatschappelijk welzijn, de gezondheid en het menselijk welbevinden. Het verhoopte lange termijn effect daarvan is een daling van de maatschappelijke kosten voor de gezondheidszorg, kosten die ook op de begroting van een lokaal OCMW drukken.

Een laatste kracht van dit alternatieve grondenbeleid is de kans om hiermee een participatief beleid te voeren: inwoners kunnen mee investeren in het verwerven van collectieve landbouwgrond als aandeelhouders in een coöperatief systeem.

Van Leuven naar Vlaanderen

Met het Klimaatactiekamp lanceren we dit idee naar de toekomstige beleidsmakers van Leuven en tegelijk naar alle andere lokale besturen die vanaf oktober instaan voor het meest nabije beleidsniveau. Nieuwe regionale samenwerkingsverbanden op het vlak van landbouw en voeding zullen daarbij een voorwaarde zijn.


Comments