archief‎ > ‎achtergrond‎ > ‎

Verdicht Leuven!

Geplaatst 23 nov. 2012 05:42 door Pieter Abts   [ 26 mrt. 2014 14:24 bijgewerkt door Sanne Wouters ]

Moet er een nieuw bedrijventerrein komen op vruchtbare landbouwgrond, Parkveld, in Heverlee? En dat terwijl er wel dertig panden leegstaan op de aansluitende bedrijventerreinen van Haasrode? Gaat de stad niet uit van een veel te optimistische inschatting over de nood aan nieuwe bedrijfsruimte? Elders in Vlaanderen worden de bestaande bedrijventerreinen verdicht. De veel te ruime kavels worden efficiënter gebruikt, waardoor het aansnijden van nieuwe open ruimte overbodig wordt. Net als heel wat milieu-organisaties, denkt de Parkveldgroep dat deze piste verder moet onderzocht worden. Laat ons een veld en een boer die nog groen is...

De grote behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen -6000 HA- die Vlaanderen voorspelt voor de komende jaren, kwam er na stevig lobbywerk van de economische sector. De cijfers zijn overdreven, niet wetenschappelijk onderbouwd en gemotiveerd door politieke keuzes. Meerdere steden maakten ook bezwaren tegen de cijfers en gingen dan maar een eigen berekening of inschatting maken. Want nieuwe bedrijventerreinen zijn een rechtstreekse bedreiging voor de schaarse open ruimtes, voor de ruimte voor stadsnabije landbouw, voor leefruimtes van bedreigde planten en dieren.

Nochtans trok ook Leuven in eerste instantie de door Vlaanderen vooropgestelde nood aan nieuwe bedrijventerreinen in twijfel. Toch was en is het stadsbestuur bereid om Parkveld op te offeren, onbewust als ze schijnbaar is van de waarde van Parkveld als open ruimte en landbouwgrond.

In zijn boek ‘Vlaanderen in de knoop’ doet Erik Grietens (BBL) fijntjes uit de doeken waarom de cijfers die het Ruimtelijk Structuur Plan Vlaanderen vooropstelt niet deugen. In het geval van Parkveld volstaat een bezoek aan het naburige ‘researchpark’ van Haasrode en het ambachtenterrein van Heverlee om te begrijpen dat er zeer nonchalant is omgesprongen met de ruimte. De meeste bedrijven zijn opgetrokken in één bouwlaag, elk bedrijf heeft zijn private parking en ruime gazons daar rond. Deze terreinen zijn volgens de statistieken volzet want het zijn bebouwde kavels.

 Los daarvan staat in de Stadsmonitor 2011 dat de bezettingsgraad van de Leuvense bedrijventerreinen 75% is op een oppervlakte van 304 hectare. Er is dus 75 hectare Leuvense ruimte voor bijkomende bedrijven. En dan omvatten deze cijfers niet eens de duidelijke en uitgebreide leegstand van bedrijfspanden in Heverlee/Haasrode. Vreemd genoeg ontkende burgemeester Tobback het bestaan van deze leegstand tijdens de gemeenteraad van september (ach ja de statistiek). De Parkveldgroep schrijft als remedie voor hardnekkig ontkengedrag een plaatsbezoek voor, met de fiets en de voltallige gemeenteraad. Op het einde past dan een gesprekje met de grote pief van intercommunale Interleuven die het terrein beheert. Wanneer treedt de intercommunale eens op tegen het flagrant slechte gebruik van de ruimte die haar is toebedeeld?

Er bestaan tegenwoordig genoeg voorbeelden in binnen en buitenland van oude industrieterreinen waar men werk gemaakt heeft van een verdichting en intensiever gebruik van de bestaande ruimte. Zie het bijvoorbeeld van ‘bedrijvenstad Fortuna’ in Sittard. Naar verluidt heeft Interleuven jaren terug een studie laten uitvoeren naar een verdichting in Heverlee/Haasrode, maar daar gebeurde niets meer mee na aanvankelijke negatieve reacties van de daar al gevestigde bedrijven.

Dan maar de nabijgelegen akkers en natuur inpalmen?

De kans op uitbreiding van het stedelijk gebied en de schaalvergroting van projecten verhoogt natuurlijk de commerciële waarde van de stad als investeringslokatie voor ontwikkelaars van vastgoed. Onder hun druk en die van de KUL staat de stad dan ook slag om slinger uitzonderingen toe op haar beleid van verdichting. Leuven wil nu in kaart laten brengen waar de kansen zich voordoen voor hoogbouw en schaalvergroting mits een studie die 54.000 € mag kosten. Bericht hierover vind je op de website van VOKA, uiteraard.

In een advies echter van de Leuvense GECORO (de adviesraad voor ruimtelijke ordening) van juli 2012 aan het Leuvense stadsbestuur wordt gevraagd naar een globale visie voor het beleid van verdichten, ontdichten en het vrijwaren van (groen-)gebieden. Dat die visie er tot dusver niet is… dat er nochtans al jaren strijd is omtrent vrijwaren/opofferen van Parkveld … dat de stad zich daar zonder te beschikken over een globale visie in vastbijt en de gemeenschap op stang jaagt …onbegrijpelijk.

Het voorbarig vergunnen van een bouwproject door vastgoedbedrijf Extensa op Parkveld is een niet verteerbare, historische vergissing. Het project met allemaal losse kavels in de drukbezette stadsrand – ‘de laatste groene ruimte waar mensen nog kunnen bouwen’ volgens de bijwijlen hysterische schepen van huisvesting- is een verspilling van ruimte en een achterhaalde aanpak. In Frankrijk probeert men dit soort wijken intussen te verdichten door tussen alleenstaande villa’s nieuwe gezinswoningen te bouwen. Ze bouwen er nieuwe woningen, op nul nieuwe hectare.

Met de opbrengst van de verkoop als bouwgrond van de zijkant van hun perceel, kunnen de huidige bewoners hun eigen woning volledig energiezuinig renoveren. Iedereen content! Zo’n systeem van het verdichten van oudere verkavelingswijken moet ook in de Leuvense deelgemeenten uitgeprobeerd worden. De Vlaamse bouwmeester verricht momenteel onderzoek naar het verdichten van na-oorlogse verkavelingswijken, net zoals sommige universiteiten, steden zoals Genk of sociale woningbouwmaatschappijen zoals ‘De Zonnige Kempen’. Er beweegt heel wat op dit vlak. Die kennis moet ingezet worden in Leuven om tot een verdichting van bestaande woonwijken te komen. Daardoor zullen buurten ‘stedelijker’ worden, met meer rijwoningen en gekoppelde bebouwingen. Het zal ongetwijfeld heel wat overleg, geduld en overtuigingskracht vragen om de oudere bevolking van deze verkavelingen te overtuigen van de komst van extra woningen naar hun vertrouwde wijk. Maar het kan zorgen voor een verjonging, verduurzaming en opwaardering van deze toch wel ruimte-verslindende woonbuurten. Een injectie met jonge gezinnen zal bovendien bijdragen aan nieuwe sociale contacten voor de huidige bewoners. En uiteindelijk ook aan meer open ruimte voor korte keten groenteteelt, natuur, speelruimte voor kinderen en ruimte voor fietsers en wandelaars, kortom aan meer ruimte voor alle Leuvenaars.

Bronnen:

Erik Grietens, Vlaanderen in de knoop, 2009, Academic and Scientific Publishers

De Stadsmonitor 2011
Comments